Rb. Oost-Brabant 19 november 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:6668
Verdachte heeft tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk handelingen nagelaten in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet of de daarop berustende bepalingen. Daardoor is bij het laden van een schip een bemanningslid van het schip bekneld geraakt tussen containers en ten gevolge daarvan overleden. Verdachte wordt onder meer verweten tezamen en in vereniging met de medeverdachte bij het laden van het schip het gevaar van beknelling onvoldoende te hebben voorkomen of beperkt en geen doeltreffende maatregelen te hebben genomen om ervoor te zorgen dat het bemanningslid zich niet ophield onder de hangende lasten. Verdachte voerde het technische beheer over het schip en had de verantwoordelijkheid voor en zeggenschap over onder meer de werkinstructies en -procedures. Tevens was verdachte enig aandeelhouder en bestuurder van de medeverdachte, zijnde de werkgever van slachtoffer. De rechtbank legt een geldboete van € 85.000,-- op. Op een ander moment is een bemanningslid tijdens de werkzaamheden op een schip te water geraakt en overleden. Verdachte wordt ten aanzien van dit incident vrijgesproken omdat de feitelijke toedracht van het incident niet vast is komen staan. Niet kan worden bewezen dat verdachte in dit geval in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet of de daarop berustende bepalingen heeft gehandeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl