Rb. Oost-Brabant 16 oktober 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:6390

Erfrecht; artikel 4:192 BW. Aan de orde is de vraag of gedaagde zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam heeft gedragen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Gedaagde heeft vanaf de bankrekening van erflaatster selectief schulden van de nalatenschap betaald, zonder dat daar een acute noodzaak voor was. Verder heeft gedaagde - die geen executeur was - met betrekking tot de uitvaart van erflaatster kosten voldaan, die niet als redelijke kosten ten behoeve van een passende uitvaart kunnen worden aangemerkt. Ook heeft gedaagde vanaf de bankrekening van erflaatster een privé-schuld voldaan. Verder oordeelt de rechtbank in deze zaak dat artikel 843a Rv toepassing mist in een situatie dat een partij op zoek is naar verhaalsmogelijkheden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken