Rb. Oost-Brabant 25 oktober 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:6106
Betreft weigering omgevingsvergunning milieu, na eerdere procedure. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft getoetst aan de geurverfordening zoals deze gold ten tijde van nemen van het bestreden besluit. De rechtbank heeft al eerder overwogen dat verweerder mag weigeren als niet voldaan kan worden aan het Edotoxine toetsingskader 1.0. De rechtbank ziet in het VGO3 onderzoek voor een ander oordeel. Verweerder heeft beoordelingsruimte om af te wijken van de maximale emissiewaarden op basis van artikel 7, vierde lid, van het Besluit Emissiearme Huisvesting (Beah). Daarbij mag de uitstoot van endotoxinen betrokken worden. Niet gebleken is dat verweerder met opzet te lang heeft gewacht met het besluit. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl