Rb. Oost-Brabant 24 september 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:5445
De rechtbank heeft op 24 september 2019 uitspraak gedaan in het beroep dat is aangespannen tegen de vergunning voor een zonnepark in Heesch. Die vergunning is afgegeven op 14 februari 2019. Het college van b&w heeft vóór de zitting al een aangepast besluit genomen met een verdere onderbouwing van de landschappelijke inpassing van het zonnepark, maar omdat dat pas kort voor de zitting kwam heeft de rechtbank dat besluit nog niet beoordeeld. Bij de behandeling ter zitting heeft de rechtbank al aangegeven dat het besluit op onderdelen gebreken vertoont en dat staat ook in de uitspraak. Het besluit mist voldoende onderbouwing gezien artikel 6.19 van de Verordening ruimte Noord-Brabant, dat regels stelt over waar en wanneer er zonneparken mogen worden gebouwd. Naar weerkaatsing van zonlicht heeft verweerder onvoldoende onderzoek gedaan. Het is wel mogelijk om antireflecterende zonnepanelen te gebruiken maar dat is in de vergunning niet geborgd. Ook mogelijke geluidseffecten heeft het college onvoldoende onderzocht. Het gaan niet om geluid van het zonnepark zelf maar om weerkaatsing van weggeluid van de nabijgelegen snelweg. De ondergrond komt te bestaan uit zonnepanelen, wat mogelijk andere effecten heeft dan de weidegrond die er nu ligt. Op deze punten krijgt het college de gelegenheid om het besluit te repareren. In de uitspraak zijn een aantal andere beroepsgronden al verworpen. Zo is er aangevoerd dat het zonnepark strijdig is met het structuurplan dat de gemeente eerder heeft vastgesteld. De rechtbank zegt daarover dat zo’n structuurplan niet onomstotelijk vastlegt wat er met de grond gaat gebeuren. Na vaststelling van het Structuurplan in 2006 door de gemeenteraad heeft dezelfde raad in 2013 en 2016 moties aangenomen om de grond te gebruiken voor duurzame energie zodat ervan uitgegaan kan worden dat het zonnepark een gewenste ontwikkeling is. Dat het gebruik van goede landbouwgrond voor een zonnepark niet wenselijk zou zijn hoeft ook niet aan de komst van het zonnepark in de weg te staan. Hetzelfde geldt voor de stellingen dat een andere plek beter zou zijn, dat zonneparken in een ander land rendabeler kunnen en dat er ook andere maatregelen mogelijk zijn om klimaatneutraal te worden zoals het aanleggen van warmtepompen en isolatie. Het college moest en kon alleen beoordelen of de aanvraag voor een vergunning voor deze plaats moet worden ingewilligd. Dat er problemen zijn met de capaciteit van het stroomnetwerk is verder geen probleem, omdat de netbeheerder wettelijk verplicht is het zonnepark aan te sluiten en bovendien die aansluiting in dit geval al geregeld is. Voorts zijn er belanghebbenden die vrezen voor een waardedaling van hun woning en/of grond. Daarvoor bestaat echter de mogelijkheid om planschadevergoeding te vragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl