Rb. Oost-Brabant 25 juli 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:4400
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan feitelijk leidinggeven aan een omvangrijke mestfraude door het doen van valse transportmeldingen bij de Dienst Regelingen. Verdachte heeft daartoe een criminele organisatie opgezet waar aan hij feitelijk leiding heeft gegeven. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaar waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De voorwaardelijke straf is een compensatie voor de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl