Rb. Oost-Brabant 10 juli 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:4080
Zuiveringsheffing recreatiewoning. Eiser stelt zich op het standpunt dat het object is aan te merken als een voor recreatiedoeleinden bestemde woonruimte die zich bevindt op een voor verblijfsrecreatie bestemd terrein dat als zodanig wordt geëxploiteerd. Eiser heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een voor verblijfsrecreatie bestemd terrein dat als zodanig wordt geëxploiteerd, nu er bijvoorbeeld geen sprake is van recreatieve voorzieningen. Dat het bestemmingsplan eraan in de weg staat dat eiser (permanent) woont in het object, is voor deze belastingheffing niet van belang. Er is sprake van een redelijke en objectieve rechtvaardiging voor de forfaitaire systematiek van zuiveringsheffing voor woonruimten. Er is daarom geen sprake van een onredelijke en willekeurige belastingheffing. Van een dubbele heffing is geen sprake.
De uitspraak op rechtspraak.nl