Rb. Oost-Brabant 5 juni 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:3107
Verzoek van een aantal advocaten gericht tegen de Staat tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor ex artikel 186 Rv, de verstrekking van bescheiden ex artikel 843a Rv en tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht ex artikel 202 Rv. Op bevel van de Fiod heeft een hostingbedrijf digitale gegevens verstrekt van een verdachte in een strafrechtelijk onderzoek, die zijn e-mailverkeer bij dat hostingbedrijf had ondergebracht. Tot de verstrekte gegevens behoort e-mailverkeer tussen de verdachte en zijn advocaten. De advocaten stellen dat de Staat een groot aantal geprivilegieerde e-mails bij derden heeft gevorderd en in beslag genomen. Volgens de advocaten heeft de Staat in strijd met de wet- en regelgeving kennis genomen van de betreffende e-mails en deze operationeel gebruikt in een strafrechtelijk onderzoek en ook voor externe doeleinden. De advocaten wensen door middel van de gedane verzoeken de aard, omvang, ernst en de gevolgen van de inbreuken op hun verscho¬ningsrecht nader te onderzoeken, zodat zij in staat zijn zicht op de situatie te krijgen, hun proceskansen beter in te schatten en efficiënter te procederen. De Staat heeft verweer gevoerd. De verzoeken zijn door de rechtbank afgewezen omdat de advocaten bij de huidige stand van zaken geen voldoende feitelijk belang hebben bij hun verzoeken. Voor zover de advocaten nog enig belang zouden hebben bij hun verzoeken oordeelt de rechtbank dat de advocaten, vanwege de onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen van de advocaten enerzijds en van de Staat anderzijds, in redelijkheid niet tot het uitoefenen van hun bevoegdheden hadden kunnen worden toegelaten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 28 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 186 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 202 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 706 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 98 Sv
- Artikel 126aa Sv
- Artikel 126dd Sv
- Artikel 552a Sv
- Artikel 3:13 BW3
- Artikel 4 Bbvs
- Artikel 1 WJG
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 8 EVRM
Aangehaalde uitspraken
- Accountantskamer NIVRA 3 augustus 2018, ECLI:NL:TACAKN:2018:58
- Hof Den Haag 27 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2881
- HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9958
- HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6111
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 6 december 2012, ECLI:NL:XX:2012:BZ0945
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 24 juli 2008, ECLI:NL:XX:2008:BH3659
- Hof 's-Gravenhage 4 mei 2006, ECLI:NL:GHSGR:2006:AW8455