Rb. Oost-Brabant 23 januari 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:281
Contradictoir. Geschil of sprake is van geldleningen of sponsoring. In het licht van de concrete feiten die eisers hebben gesteld, de door eisers overgelegde bankafschriften met vermelding van de overboekingen met de omschrijving “lening” of “tijdelijke lening” en het feit dat er (feitelijk) aflossingen zijn verricht, is de betwisting van gedaagde ontoereikend. Partijen hebben afgesproken dat er terugbetaald zou worden als de kantine goed zou draaien en gedaagde daartoe dus in staat is. Dat de opbrengst van de kantine toereikend is om een bedrag ter grootte van de vorderingen terug te betalen, is niet gebleken. Om die reden zijn de geldleningsovereenkomsten op dit moment niet opeisbaar. Vorderingen in reconventie tot betaling van € 12.500,00 voor de plaatsing van reclameborden en vergoeding van door eiser ontvreemde zaken en veroorzaakte kosten, zijn onvoldoende onderbouwd.
De uitspraak op rechtspraak.nl