Rb. Oost-Brabant 18 januari 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:246
Aanslagen zuiveringsheffing voor drie achtereenvolgende belastingjaren. Het object betreft een kantoorpand van een advocaat, van wie de eigen woning in dezelfde straat aan de overkant ligt. Voor de woning zijn de aanslagen zuiveringsheffing over de genoemde belastingjaren al betaald. Volgens de advocaat vormt het kantoorpand tezamen met de woning een samenstel dat voor de toepassing van de zuiveringsheffing als één (woon)ruimte moet worden aangemerkt, waarvoor niet nog eens zuiveringsheffing kan worden geheven. Naar het oordeel van de rechtbank bezit het kantoorpand voldoende zelfstandigheid, zodat het terecht als bedrijfsruimte is aangemerkt, waarvoor zuiveringsheffing is verschuldigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl