Rb. Oost-Brabant 13 maart 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:1298

Incident. Bevoegdheid. EEX-Verordening. In de hoofdzaak speelt de vraag of sprake is van een inbreuk op het auteursrecht van Philips op type scheerapparaat door onder andere Lidl Stiftung, een Duitse rechtspersoon. Philips beroept zich voor de bevoegdheid van de rechtbank onder meer op artikel 7 lid 2 EEX-Vo. De scheerapparaten werden in heel Nederland te koop aangeboden en verkocht via winkels en webwinkel, dus ook in het gebied van de rechtbank Oost-Brabant. Philips heeft haar stelling dat het schadebrengende feit zich mede in het gebied van de rechtbank Oost-Brabant heeft voorgedaan voldoende onderbouwd. Betwisting door Lidl Stiftung komt erop neer dat zij iedere betrokkenheid bij het op de markt brengen van de scheerapparaten ontkend. Dat is een verweer dat in de hoofdzaak aan de orde zal komen, in het kader van de bevoegdheidsvraag komt de rechtbank aan dat verweer nu niet toe. Dat voor de beoordeling van de bevoegdheidsvraag uitsluitend mag worden gekeken naar de stellingen in de dagvaarding is niet juist. Niets verzet zich ertegen dat in het debat over de bevoegdheidskwestie een nadere toelichting wordt gegeven op de stellingen in de dagvaarding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen