Rb. Oost-Brabant 20 december 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:6414

Het bezwaar is ingediend namens de gezamenlijke erven, waarbij eiseres zich heeft gepresenteerd als één van de erven, de bestreden uitspraak is gericht aan de erven en het beroep is ingesteld door (uitsluitend) eiseres op persoonlijke titel. Eiseres kan echter in fiscale zin niet worden vereenzelvigd met ‘de erven’, zijnde de erfgenamen gezamenlijk. Een individuele erfgenaam enerzijds en de erven anderzijds zijn te onderscheiden fiscale rechtssubjecten. Door zo te handelen is eiseres in beroep (als individuele erfgenaam) een andere weg ingeslagen dan de eerder door haar ingeslagen weg (als één der erfgenamen). Dit verhoudt zich niet met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, zoals vastgelegd in artikel 26a van de AWR. Zij kan daarom niet worden ontvangen in haar beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken