Rb. Oost-Brabant 20 december 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:6341
Hoofdverdachte in de zaak Rykiel. Verweren strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie wegens schending van het vertrouwensbeginsel, verbod van willekeur, gelijkheidsbeginsel worden verworpen. Verweer ontbreken materiële wederrechtelijkheid, verweer in strijd met Europees recht en verweer verontschuldigbare rechtsdwaling worden verworpen. Veroordeling voor leiderschap van een criminele organisatie, opzettelijke overtreding van de Wet op de Kansspelen (artikel 1, lid 1 onder a) , gewoontewitwassen, valsheid in geschrift, bedrieglijke bankbreuk (faillissementsfraude), al dan niet als feitelijk leidinggever. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, een geldboete van € 100.000,- en ontzetting uit het recht om enig beroep in de kansspelindustrie uit te oefenen voor de duur van drie jaren. Strafkorting 20% in verband met overschrijding redelijke termijn van twee jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1392
- HR 11 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:286
- HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:7
- HR 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4280
- HR 8 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5002
- HR 4 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU4664
- HR 18 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4841
- HR 21 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4886
- HR 23 mei 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0052