Rb. Oost-Brabant 8 februari 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:591

Kort geding. Cessie- en contractsoverneming mbt “non-performing loans”. Bodemrechter verklaart voor recht dat contractsoverneming nietig is. Eiser vordert voorschot op schadevergoeding omdat cessionaris ten onrechte verpande vorderingen zou hebben geïnd. Eiser kan als cessionaris zich ten onrechte zou hebben voorgedaan als pandhouder en ten onrechte verpande vorderingen zou hebben geïnd ex art. 6:36 BW cessionaris aanspreken. Voorzieningenrechter is door het oordeel van de bodemrechter dat de contractsoverneming nietig is gebonden op grond van de zgn. afstemmingsregel. Cessie van de vordering van de bank op de kredietnemer is geldig. Aard van de vordering maakt de vordering niet onoverdraagbaar. Het bankpandrecht is met de vordering mee overgegaan. Vorderingen van eiser worden afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken