Rb. Oost-Brabant 5 februari 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:496

Betreft last onder dwangsom om de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant (VS2013) na te leven en de afwijzing van het verzoek om toepassing van de hardheidclausule. De rechtbank gaat na of de last in stand kan blijven nu VS 2013 ingevolge artikel 9.2 van de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant 2016 (Vnb2016) is ingetrokken. De rechtbank stelt vast dat de Vnb2016 niet in strijd is met de Wet natuurbescherming (Wnb). Dat een inrichting over een geldige Wnb-vergunning beschikt, hoeft provinciale staten er niet van te weerhouden bij verordening op basis van artikel 2.4 van de Wnb verdergaande verplichtingen op te leggen. Niet bestreden is dat de opgenomen verplichtingen noodzakelijk zijn in het kader van de instandhoudingsdoelstellingen. Het beroep op het overgangsrecht slaagt niet omdat het in het kader van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij ingediende bedrijfsontwikkelingsplan geen nieuwe aanvraag is. Dit plan kan wel aanleiding zijn voor toepassing van de hardheidsclausule. Verweerder dient de rentabiliteit van de op grond van de Vnb2016 noodzakelijke investeringen te betrekken bij de beoordeling. Verweerder dient ook te beoordelen of toepassing van de hardheidclausule een negatieve invloed heeft op de bescherming van Natura 2000-gebieden. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door de last te herroepen en te gelasten artikel 1.4 van de Vnb2016 na te leven op straffe van een dwangsom ingaande vier maanden nadat een nieuw besluit is genomen op het bezwaar tegen de afwijzing het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen