Rb. Oost-Brabant 25 september 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:4648
Eisers hebben terecht aangevoerd dat verweerder ten tijde van het bestreden besluit een m.e.r.-beoordeling ingevolge artikel 7.17, eerste lid, van de Wet milieubeheer (Wm) had moeten uitvoeren. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank niet onderkend dat per 7 juli 2017 het Besluit mer is gewijzigd waarbij de vormvrije m.e.r.-beoordeling is vervangen door een m.e.r.-beoordelingsplicht. Verweerder heeft wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. De in het herstelbesluit verrichte beoordeling verschilt inhoudelijk niet van een m.e.r.-beoordeling krachtens artikel 7.17 van de Wm. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat geen milieueffectrapportage hoeft te worden opgesteld. Nu verweerder bij het herstelbesluit alle in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken heeft hersteld, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde herstelbesluit in stand.
De uitspraak op rechtspraak.nl