Rb. Oost-Brabant 28 mei 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:2528

Op grond van de gedragingen van verdachte, te weten het niet voldoende zorgvuldig controleren van het vastzitten van de wielmoeren, onder de omstandigheid dat er op de velg van het later losgelopen wiel roestsporen aanwezig waren, acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood. De rechtbank veroordeelt verdachte hiervoor tot een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis en tot een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 jaar met een proeftijd van 2 jaren. Nu verdachte enkel in het bezit was voor het besturen van een trekker en niet voor het besturen van een trekker met oplegger veroordeelt de rechtbank verdachte voor overtreding van artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994 tot een geldboete van 250 euro.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen