Rb. Oost-Brabant 25 april 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:2012
Intrekking van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor de verbouwing van een pand tot drie appartementen in Helmond, naar aanleiding van een beoordeling op grond van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob). Verweerder was bevoegd om de vergunning in te trekken. Die intrekking mag zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die zich al hebben voorgedaan voorafgaande aan de verlening van de vergunning van rechtswege. Daarbij is niet van belang dat de "Beleidsregel Wet Bibob bouwen Helmond 2013" in dit geval niet van toepassing was. Gelet op de veelheid aan strafbare feiten waarmee eiser in verband kan worden gebracht en de lange periode waarin deze feiten hebben plaatsgevonden, heeft verweerder aan het belang van het voorkomen dat met de vergunning strafbare feiten worden gefaciliteerd een zwaarder gewicht mogen toekennen dan aan het belang van eiser bij instandlating van de omgevingsvergunning. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl