Rb. Oost-Brabant 9 april 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:1623

Verdachte was met een werknemer bezig met werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van een riolering. Het slachtoffer is in een uitgraving bedolven onder het zand, ten gevolge waarvan het slachtoffer is overleden. Bij de uitgraving zijn onvoldoende veiligheidsmaatregel genomen om instorting te voorkomen. Het bedrijf, waarvan verdachte feitelijk leidinggevende is, heeft onvoldoende veiligheidsmaatregel getroffen. Men heeft zich niet gehouden aan de in het Arbobesluit opgenomen bepaling omtrent het zorgdragen voor doeltreffende stut- of taludvoorzieningen ter voorkoming van instorting. De rechtbank legt een geldboete van € 10.000 subsidiair 85 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren op. (art. 32 Arbeidsomstandighedenwet en art. 307 Sr. juncto artikel 51 Sr.)

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen