Rb. Oost-Brabant 19 december 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:6556
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan moord door de schutter via sms-berichten in te seinen over de komst van het slachtoffer. Het slachtoffer is door de schutter opgewacht en meerdere keren beschoten, waardoor het slachtoffer is overleden. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 6 jaren met aftrek van het voorarrest op. De rechtbank heft de schorsing van de voorlopige hechtenis met ingang van datum vonnis op. Op grond van onder meer ARS-gegevens betreffende meerdere kentekens, mastgegevens betreffende meerdere telefoons, DNA-bewijs en getuigenverklaringen acht de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Naast voornoemde bewijsmiddelen dragen de inhoud van een interdisciplinair rapport in het kader van een Interdisciplinair Forensisch onderzoek (IDFO) naar het gebruik van een tipgevertelefoon door verdachte en een contra-expertise rapport bij aan het bewijs.
De uitspraak op rechtspraak.nl