Rb. Oost-Brabant 13 oktober 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:5401
Beëindiging pgb wegens schending van de aan de bij een pgb behorende verplichtingen. Met het toegekende pgb werd ten behoeve van eiseres zorg ingekocht bij twee zorgverleners. M.b.t. één van de zorgverleners komt de urenverantwoording niet overeen met het aantal uren zorg dat de zorgverlener heeft gedeclareerd en voorts heeft de gewaarborgde hulp verzuimd om te controleren of de zorgverlener de juiste uren heeft gedeclareerd. Dit is tussen partijen niet in geschil. Omdat ook uit de in beroep overgelegde stukken naar het oordeel van de rechtbank niet valt vast te stellen of de zorgverlener daadwerkelijk het aantal uren zorg aan eiseres heeft geleverd dat is gedeclareerd, was verweerder bevoegd tot beëindiging van het pgb en heeft verweerder ook in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik kunnen maken. Dat de gewaarborgde hulp nooit op de hoogte is gesteld van de bij een pgb behorende verplichtingen en dat zij het controleren van de zorg en facturen niet goed meer kon doen vanwege haar eigen gezondheid, volgt de rechtbank niet. De rechtbank onderschrijft voorts de overwegingen die verweerder ertoe hebben gebracht om het individuele belang van eiseres ondergeschikt te achten aan het belang van verweerder. Bovendien heeft eiseres nog altijd recht op zorg in natura en heeft verweerder het pgb uitsluitend beëindigd voor de toekomst en niet ingetrokken met terugwerkende kracht.
De uitspraak op rechtspraak.nl