Rb. Oost-Brabant 12 oktober 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:5386
Toepassing beleidsregel De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit geen toepassing had mogen geven aan artikel 9, aanhef en onderdeel g, aanhef en onder II en III van de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade omdat deze bepaling in strijd is met artikel 84, eerste lid, van de Ffw en in strijd met de rechtszekerheid. Dit artikel en artikel 6.1, tweede lid, van de Wnb verplichten verweerder niet om alle schade te vergoeden. Maar op het moment van de vaststelling van de Beleidsregels waren geen middelen voorhanden waarmee fruittelers op een efficiënte of bedrijfseconomisch verantwoorde wijze de schade aan de appels en peren zouden kunnen voorkomen. Er was op dat moment onvoldoende onderzoek gedaan. Bovendien was niet voorzienbaar dat verweerder zijn beleid zou wijzigen in de loop van een onderzoekstraject van verweerder en de organisatie van fruittelers. De fruittelers, laat staan eiseres, kan het planten of uitbreiden van het areaal appels en peren voor de beleidswijziging niet worden tegengeworpen. Maar dan geeft verweerder onvoldoende invulling aan de op hem rustende verplichting ingevolge artikel 84, eerste lid, van de Ffw en artikel 6.1, tweede lid, van de Wnb, temeer omdat in de voorgaande jaren de betreffende schade wel is vergoed. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat artikel 9, aanhef en onderdeel g, aanhef en onder II en III van de Beleidsregels kennelijk onredelijk is.
De uitspraak op rechtspraak.nl