Rb. Oost-Brabant 4 september 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:4666
Verdachte heeft als feitelijk leidinggever van zijn bedrijf twee jaar lang handel gedreven met een bedrijf in Iran terwijl dit toen op grond van Europeesrechtelijke sancties verboden was. Het bedrijf in Iran was geplaatst op een lijst met titel "bij nucleaire activiteiten en activiteiten in verband met ballistische raketten betrokken personen en entiteiten, en personen en entiteiten die de regering van Iran steunen". Kortgezegd, feit 1: Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2 van de Sanctiewet 1977. Daarnaast veroordeling voor feit 2: valsheid in geschrift. Het benadelingsbedrag bedraagt EUR 500.000,-. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl