Rb. Oost-Brabant 26 januari 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:359
Opleggen van een boete aan eiser zowel in zijn hoedanigheid als medepleger als in zijn hoedanigheid van feitelijk leidinggever is in strijd is met het beginsel van ne bis in idem. De rechtbank zoekt aansluiting bij het strafrechtelijke leerstuk “Samenloop van strafbare feiten” (boek 1, Titel VI, van het WSr), waarin geldt dat, indien een feit onder meer dan één strafbepaling valt, de strafbepaling wordt toegepast waarop de zwaarste straf is gesteld. Hiervan uitgaande en in aanmerking genomen dat het verweerder vrijstaat eiser te beboeten als medepleger of als feitelijk leidinggever, komt de rechtbank tot het oordeel dat de laagste boete vernietigd dient te worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733
- CBb 7 maart 2016, ECLI:NL:CBB:2016:54
- ABRvS 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2386
- CBb 6 juli 2015, ECLI:NL:CBB:2015:233
- HR 14 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:928
- CBb 29 oktober 2014, ECLI:NL:CBB:2014:394
- ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:554
- CBb 26 april 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW4807