Rb. Oost-Brabant 16 juni 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:3279
De rechtbank is van oordeel dat verweerder in dit geval heeft mogen bepalen dat de oorspronkelijke voorziene procedure ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’ niet werd gevolgd maar heeft gezocht naar een oplossing die recht deed aan de onder 6.1 genoemde rechtsnorm, die strekt tot het bieden van gelijke kansen bij de verdeling van schaarse subsidiemiddelen. De gekozen rangschikking door middel van loting voldoet naar het oordeel van de rechtbank aan deze norm. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het proces van loting is verlopen en dat het eerlijk is verlopen. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij door het bereiken van het subsidieplafond aan een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag van eisers niet is toegekomen.’
De uitspraak op rechtspraak.nl