Rb. Oost-Brabant 24 januari 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:294

Veroordeling voor medeplegen van gewoontewitwassen (01 oktober 2007 tot en met 1 november 2013). Bewezen is dat verdachte en zijn toenmalige partner gezamenlijk de kosten van een perceel grond, een woning en een garage, de overige huishoudelijke uitgaven en uitgaven aan reizen hebben gedragen en dat die kosten de legale inkomsten van beiden ver te boven gingen. Daarmee heeft verdachte tezamen en in vereniging met haar het geld omgezet, terwijl hij wist dat de geldbedragen die zijn omgezet uit misdrijf afkomstig waren. Gelet op de aard, omvang en duur gedurende welke verdachte en zijn medeverdachte deze activiteiten hebben ontplooid, acht de rechtbank eveneens bewezen dat verdachte en zijn medeverdachte van dit witwassen een gewoonte hebben gemaakt. Uit een kasopstelling komt witwasverdenking voort. Verdachte heeft geen verklaring gepresenteerd die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand volstrekt onaannemelijk voorkomt, waarvoor het vermoeden van witwassen dient te wijken en de bewijslast ter zake de criminele herkomst van die middelen weer ten volle bij de officier van justitie legt. De rechtbank acht een nader onderzoek naar het realiteitsgehalte van de verklaring van verdachte, mede gelet op het verloop van de strafzaak en het tijdstip waarop verdachte een inhoudelijke verklaring heeft afgelegd, niet noodzakelijk. De rechtbank concludeert dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen (geldbedragen, goederen en diensten), genoemd in de tenlastelegging een legale herkomst hebben. Naar het oordeel van de rechtbank kan een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring van de waargenomen feiten en omstandigheden gelden en verdachte moet dit hebben geweten. De bewijsverweren worden verworpen. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. Voorts verbeurd verklaring van onder meer een woning en garage met een geschatte waarde van € 410.000,- (artikel 34 WvSr). Geen niet-ontvankelijkheid OM in verband met de aanhouding en doorzoeking met inzet van een arrestatieteam. Geen overschrijding van de redelijke termijn. Rechtbank houdt wel rekening met tijdsverloop.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen