Rb. Oost-Brabant 29 maart 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:1829

Kort geding, opheffing conservatoir beslag, borgstelling Zaak met internationale aspecten. Opheffing van conservatoire beslagen gelegd in NL door een Belgisch bedrijf ten laste van een bestuurder van een vennootschap in privé. De beslagen zijn gelegd uit hoofde van een in een aanvullende overeenkomst tussen het bedrijf van eiser en gedaagde gevestigde borgstelling waarbij eiser zich in privé borg heeft gesteld voor de schulden van de vennootschap. De borgstelling is vernietigd door de echtgenote van de bestuurder op grond van artikel 1:88 en 1:89 BW. De beslagen worden opgeheven omdat de voorzieningenrechter het aannemelijk acht dat de bodemrechter van oordeel zal zijn dat de echtgenote van de bestuurder een rechtsgeldig beroep op vernietiging van de borgstelling heeft gedaan, zodat de grondslag aan de conservatoire beslagen komt te ontvallen. Belangenafweging leidt er niet toe dat de beslagen niet worden opgeheven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen