Rb. Oost-Brabant 13 maart 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:1567

Het gaat om een executiegeschil naar aanleiding van een arrest van het hof ’s-Hertogenbosch. De vraag is of de veroordeling door het hof van de in onze zaak eisende partij om aan de in onze zaak gedaagde partij een bedrag te voldoen, vermeerderd met de wettelijke rente, inhoudt dat de wettelijke handelsrente moet worden betaald, dan wel de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW. De in onze zaak eisende partij heeft aan de in onze zaak gedaagde partij het toegewezen bedrag betaald, exclusief de wettelijke handelsrente en stelt dat gedaagde misbruik maakt van haar bevoegdheid door het arrest te executeren en eiseres te sommeren de wettelijke handelsrente te betalen. De voorzieningenrechter overweegt dat er in gevallen waarin betaling wordt afgedwongen op grond van een uitspraak die niet op een kennelijke misslag berust terwijl vast staat dat reeds is betaald, misbruik van bevoegdheid is. In dit geval heeft het hof naar het oordeel van de voorzieningenrechter eiseres veroordeeld tot betaling van het bedrag vermeerderd met de wettelijke handelsrente zodat er geen sprake is van misbruik van executiebevoegdheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen