Rb. Oost-Brabant 1 maart 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:764

Veroordeling voor het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, in het bijzonder 74 shells en voor het voorhanden hebben van materialen en grondstoffen om zelf vuurwerk te maken (voorbereidingshandelingen). Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 160 dagen waarvan 119 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest. Het vuurwerk en aanverwante goederen worden onttrokken aan het verkeer (gezamenlijkheid). Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wat betreft het voorhanden hebben van noodseinraketten (Wet wapens en munitie). Nu niet is ten laste gelegd en niet bewezen is verklaard dat deze wapens onder de subcategorie II vallen en “toestellen zijn voor beroepsdoeleinden die geschikt zijn om projectielen af te schieten” kan de rechtbank het feit niet kwalificeren als het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd. Nietigheidsverweren verworpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen