Rb. Oost-Brabant 26 februari 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:732

Einduitspraak na tussenuitspraak van 21 mei 2015 (ECLI:NL:RBOBR:2015:2962). Het had op de weg van eiseres gelegen nader te onderbouwen waarom desondanks toch sprake was van zeven in plaats van zes koopovereenkomsten en had zij niet kunnen volstaan met de stelling dat er geen bewijs is van het afzien van de koop van een kavel. Eiseres heeft geen begin van bewijs van het bestaan van een bereidheid en financiële capaciteit van kopers geleverd in de vorm van een schriftelijke verklaring van de kopers dan wel enig bewijs dat zij in juni 2008, ondanks het niet in vervulling gaan van de opschortende voorwaarde, alsnog wilden afnemen, laat staan onder dezelfde financiële condities. Naar het oordeel van de rechtbank leidt deze omstandigheid ertoe dat de schade geheel voor rekening van eiseres komt, nu ongeacht de uitkomst van de uitspraak van de voorzieningenrechter de kopers toen niet meer gebonden waren aan de koopovereenkomst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen