Rb. Oost-Brabant 22 augustus 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:5086
Rangregeling. Voorstel staat van verdeling. Pandgever verleent eerste pandrecht op vorderingen die zij op debiteuren heeft of zal krijgen aan ABN-AMRO Bank. Daarna is een tweede pandrecht verleend aan verzoeker, eveneens op vorderingen van de pandgever op derden. Pandgever gaat daarna failliet. Positie tweede pandhouder bij verdeling van de executieopbrengst. Curator heeft op verzoek van de pandhouder, ABN-AMRO Bank, vorderingen op debiteuren van de pandgever geïnd. Dit betreft pandhoudersexecutie op grond van artikel 57 lid 1 Faillissementswet. Daarnaast hebben debiteuren rechtsreeks aan ABN-AMRO Bank, als eerste pandhouder, betaald. Curator stelt met een beroep op het arrest Mulder q.q. / CLBN (HR 17 februari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1641) dat verzoeker als stil pandhouder geen aanspraak kan maken op de executieopbrengst. De rechter-commissaris volgt dit niet. Anderzijds deelt verzoeker alleen mee in de opbrengst van de executie voor zover het gaat om bedragen die door de curator zijn geïnd en op de boedelrekening zijn betaald. Verzoeker kan geen aanspraak maken op de geïnde vorderingen voor zover die rechtstreeks aan ABN-AMRO Bank zijn betaald.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 445 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 481 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 482 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 483 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 484 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 485 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 490b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 57 Fw
- Artikel 3:239 BW3
- Artikel 3:253 BW3
- Artikel 3:278 BW3