Rb. Oost-Brabant 30 augustus 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:4747

Zuiveringsheffing Waterschap De Dommel. Art. 122h, vijfde lid, Wsw. Eiseres, een besloten vennootschap, exploiteert een recreatiepark. Het particulier eigendom van 28 recreatiewoningen op het recreatiepark staat er niet aan in de weg dat die recreatiewoningen mede in de aanslag van het door eiseres geëxploiteerde recreatieterrein worden betrokken. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat alle voor recreatiedoeleinden bestemde woningen op het recreatieterrein, ongeacht de eigendomsverhoudingen, voor de zuiveringsheffing worden aangeduid als één bedrijfsruimte dan wel een onderdeel van een bedrijfsruimte. De heffing geschiedt dan op grond van artikel 122h, vijfde lid, van de Wsw en artikel 16, tweede lid, van de Verordening Zuiveringsheffing. Verder is de rechtbank van oordeel dat het verhuur aan en gebruik door arbeidsmigranten van 41 recreatiewoningen niet maakt dat de betreffende recreatiewoningen niet langer zijn aan te merken als voor recreatiedoeleinden bestemde woonruimten. De bestemming van de woningen, die zijn gelegen op een recreatieterrein, blijft immers hetzelfde. Bovendien is niet in geding dat het recreatiepark door eiseres wordt geëxploiteerd en dat in het belastingjaar waarop de aanslag betrekking had nog steeds sprake was van exploitatie van het terrein in de vorm van verhuur van 80 seizoen- en jaarplaatsen, zodat op grond van de in de uitspraak aangehaalde wetsgeschiedenis sprake is van enigerlei vorm van exploitatie van een voor verblijfsrecreatie bestemd terrein. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken