Rb. Oost-Brabant 30 augustus 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:4746
Zuiveringsheffing Waterschap De Dommel. Art. 122h, vijfde lid, Wsw. Eiseres, een besloten vennootschap, maakt niet aannemelijk dat een deel van het recreatiepark niet door haar wordt geëxploiteerd. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres terecht aangeslagen voor alle onderdelen van het recreatiepark. Verder is de rechtbank van oordeel dat het verhuur aan en gebruik door arbeidsmigranten van 39 recreatiewoningen niet maakt dat de betreffende recreatiewoningen niet langer zijn aan te merken als voor recreatiedoeleinden bestemde woonruimten in de zin van artikel 16, tweede lid, van de Verordening Zuiveringsheffing. De bestemming van de woningen, die zijn gelegen op een recreatieterrein, blijft immers hetzelfde. Ter zitting is bovendien gebleken dat sprake is van een situatie waarin de gemeente slechts gedoogt dat de voor verblijfsrecreatie bestemde woningen aan arbeidsmigranten worden verhuurd. Uit de door eiseres in beroep overgelegde stukken blijkt verder dat in het belastingjaar waarop de aanslag betrekking had sprake was van een voor verblijfsrecreatie bestemd terrein dat als zodanig ook door eiseres werd geëxploiteerd. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl