Rb. Oost-Brabant 21 juli 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:3928

Op verzoek van de gezamenlijke Noord-Brabantse waterschappen op 3 februari 2015 aan de Stichting Faunabeheereenheid Noord-Brabant (Fbe) door gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende ontheffing als bedoeld in artikel 68 van de Flora- en faunawet (Ffw). Het gaat om een "ontheffing op voorhand" voor het wegvangen en herplaatsen, weren en verontrusten van bevers en voor het vernielen van hun burchten, het plaatsen van drains en het gebruik van speciale voor het vangen van bevers ontworpen vangkooien, op grond waarvan de Fbe machtigingen kan verlenen aan de (uitvoerders van de) waterschappen. De Fbe is overeenkomstig artikel 29 van de Ffw erkend als samenwerkingsverband van jachthouders en is daarmee gerechtigd om publiekrechtelijke taken uit te oefenen. Verweerder heeft bij de verlening van de ontheffing beoordeeld of aan de in artikel 68 van de Ffw vervatte waarborgen van artikel 16 van de Habitatrichtlijn is voldaan. De rechtbank vermag niet in te zien dat, op het moment dat die afwegingen zijn gemaakt en de noodzaak voor het onmiddellijk moeten kunnen optreden in het belang van de openbare veiligheid in voldoende mate is komen vast te staan, bij de verlening van de machtigingen door de Fbe die afwegingen telkens opnieuw zouden moeten worden gemaakt. Dat tegen de afgifte van een machtiging geen afzonderlijke rechtsmiddelen openstaan, maakt dan ook niet dat een effectieve toegang tot de rechter niet is gewaarborgd. Er wordt voldaan aan de waarborgen van artikel 68 van de Ffw ter bevordering van de gunstige staat van instandhouding van de bever. De rechtbank is er echter niet van overtuigd geraakt dat de ontheffing niet kan worden gebruikt voor verstoring van de bever op het moment dat de openbare veiligheid niet direct in het geding is. In de ontheffing is geen beperking aangebracht met betrekking tot de categorie van waterkeringen waarvoor deze geldt. Ook niet de waterstandsverhoging ten gevolge van het aanleggen van dammen in ieder oppervlaktewater behoeft te leiden tot een zodanige stijging van het waterpeil, dat dit acuut gevaar voor de openbare veiligheid oplevert. Het advies van het Faunafonds, waarop verweerder zich heeft gebaseerd, beperkt zich tot de ondergraving van waterkeringen die tot onmiddellijk ingrijpen noodzaakt. Niet aannemelijk is geworden dat er alternatieven bestaan. Verder is de uitvoering van de ontheffing door deskundigen in voldoende mate gewaarborgd. Volgt vernietiging van het bestreden besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen