Rb. Oost-Brabant 7 juli 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:3614

Eiseres had meer dan 10 jaar een financiële tegemoetkoming op grond van de Wmo voor het gebruik van haar eigen, aangepaste auto. Verweerder heeft deze tegemoetkoming ingetrokken omdat het op grond van de Wmo 2015 slechts mogelijk is een maatwerkvoorziening in natura of als pgb te verstrekken. De mogelijkheid om een financiële tegemoetkoming te verstrekken is er volgens verweerder niet meer. De rechtbank overweegt dat artikel 2.1.7 van de Wmo 2015 het college de mogelijkheid biedt om aan mensen als gevolg van een beperking aanzienlijke meerkosten hebben een tegemoetkoming te verstrekken ten ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie. Artikel 2.1.2 van de Wmo schrijft voor dat de gemeenteraad periodiek een plan vaststelt met betrekking tot het te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning. Op grond van lid 5 van dat artikel wordt in het plan aangegeven op welke wijze artikel 2.1.7 wordt toegepast dan wel de reden om dat artikel niet toe te passen. Omdat de Verordening geen bepaling bevat over de toepassing van artikel 2.1.7 en gemeenteraad geen beleidsplan heeft vastgesteld is de rechtbank van oordeel dat het besluit in strijd is met artikel 2.1.2 vijfde lid en artikel 2.1.7 van de Wmo 2015. Een redelijke uitleg van het aan gemeenteraad gerichte dwingendrechtelijk voorschrift van artikel 2.1.2, vijfde lid, Wmo 2015 brengt met zich dat zolang de gemeenteraad geen beleidsplan heeft vastgesteld dan wel in het beleidsplan niet de reden is vermeld waarom artikel 2.1.7 Wmo 2015 niet wordt toegepast, geacht wordt artikel 2.1.7 van de Wmo 2015 van toepassing te zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen