Rb. Oost-Brabant 13 mei 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:2417
Wmo 2015, beëindiging huishoudelijke hulp, algemene voorziening. Verweerder heeft contracten afgesloten met (lokale) zorgaanbieders om te verzekeren dat mensen uit de gemeente die daaraan behoefte hebben zorg kunnen afnemen van voldoende kwaliteit. Ingezetenen die zich bij verweerder melden worden na een keukentafelgesprek doorverwezen naar deze algemene voorziening zonder een aanvraag in te hoeven dienen en dus ook zonder dat er een beschikking volgt. De zorg die aldus wordt afgenomen moet door de afnemer zelf worden ingekocht en betaald. Voor zover mensen niet in staat zijn de regie over hun huishouden te voeren, bestaat de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening. Buiten de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Cranendonck 2015 om heeft verweerder verder de Verordening financiële tegemoetkoming hulp bij het huishouden vastgesteld. Verweerder heeft op zichzelf terecht betoogd dat de huidige constructie van de huishoudelijke hulp onder deze omschrijving van de algemene voorziening valt. Desalniettemin is de rechtbank van oordeel dat de voorziening zoals verweerder die biedt, niet is te kwalificeren als een algemene voorziening in de zin van de Wmo 2015. De reden daarvoor is het feit dat eiseres de inkoop en de kosten voor huishoudelijke hulp op grond van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2015 volledig zelf moet doen en dragen en dat de rol van verweerder bij het realiseren van voldoende compensatie zich beperkt tot het verzekeren van aanbod van zorg. De Wmo 2015 heeft echter als uitgangspunt dat op grond van deze wet geboden voorzieningen, ongeacht of dat algemene of maatwerkvoorzieningen zijn, door verweerder worden getroffen en gefinancierd. In dit verband wijst de rechtbank op artikel 2.1.4 van de Wmo 2015, dat bepaalt dat verweerder bij verordening voor het gebruik van een algemene voorziening een eigen bijdrage in de kosten kán vragen, ten hoogste tot het bedrag van de kostprijs. Deze kostprijs dient te worden bepaald overeenkomstig deze verordening. Het is met dit systeem van de Wmo 2015 niet verenigbaar dat in plaats van een eigen bijdrage tot ten hoogste de kostprijs wordt verlangd dat mensen zelf hun huishoudelijke hulp regelen en volledig betalen. De rechtbank wijst erop dat de Verordening financiële tegemoetkoming hulp bij het huishouden niet als de in artikel 2.1.4. van de Wmo 2015 bedoelde verordening heeft te gelden. Zoals immers ook uitdrukkelijk door verweerder is betoogd, is laatstgenoemde verordening gebaseerd op de algemene regelgevende bevoegdheid van verweerder ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet.
De uitspraak op rechtspraak.nl