Rb. Oost-Brabant 23 maart 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:1290

Geen aanleiding om artikel 19a van de Wet Overige OCW-subsidies (WOOS) wegens strijd met enigerlei internationale verdragsbepaling of strijd met het recht van de Europese Unie buiten toepassing te laten. Een onderwijsvoorziening in de vorm van een doventolk kan op grond van artikel 19a van de WOOS slechts worden toegekend aan iemand jonger dan 30 jaar. Dat is geen discriminatie op grond van handicap, nu dat artikel enkel onderscheid maakt naar leeftijd binnen eenzelfde homogene groep (personen met een ziekte of gebrek). Evenmin is sprake van verboden onderscheid naar leeftijd. De wetgever heeft de hem toekomende ruime beoordelingsmarge niet overschreden door het stellen van voornoemde leeftijdsgrens. Het uitgangspunt dat de overheid zich beperkt tot het faciliteren van een initiële opleiding voor jongeren met het oog op het verkrijgen van een startkwalificatie, is een legitieme doelstelling. De leeftijdsgrens van 30 jaar kan op basis van deze doelstelling worden gerechtvaardigd, en is daartoe een passend en noodzakelijk middel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen