Rb. Oost-Brabant 26 augustus 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:5102
FNV vordert in dit kort geding (kort gezegd) om uitzendbureau AOK te veroordelen om de bepalingen van de Bouw CAO na te leven ten aanzien van de Hongaarse uitzendkrachten die AOK ter beschikking stelt aan ondernemingen die onder de werkingssfeer van de Bouw CAO vallen. FNV stelt dat AOK de CAO-bepalingen niet volledig en/of niet juist toepast. De kantonrechter oordeelt in dit kort geding dat voldoende aannemelijk is geworden dat FNV een spoedeisend belang heeft bij de beoordeling van haar vorderingen. Verder is overwogen dat AOK niet is verschenen in deze procedure, alhoewel zij wel op de juiste wijze is opgeroepen. In dat geval bepaalt de wet dat de vorderingen van de eisende partij worden toegewezen, tenzij deze vorderingen de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De kantonrechter heeft in deze zaak daarom alleen getoetst of de vorderingen van FNV niet in strijd zijn met het objectieve recht en of de aangevoerde gronden het gevorderde kunnen dragen. Dit betreft een beperkte toets. Voor toewijzing van de vorderingen geldt verder nog dat FNV een voldoende zelfstandig belang moet hebben bij de vorderingen en dat de vorderingen voldoende bepaald moeten zijn. Vervolgens zijn twee vorderingen afgewezen bij gebrek aan een zelfstandig belang en voldoende bepaaldheid. Voor het overige zijn de vorderingen toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl