Rb. Oost-Brabant 30 januari 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:472

Onmiddellijke bestuursdwang. Verzegeling Verweerder heeft onmiddellijke bestuursdwang toegepast en een mestbewerkingsinstallatie en een stal verzegeld. Er is sprake van een overtreding van artikel 2,1, eerste lid onder a, c en e, van de Wabo. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient de bestuursdwang te strekken tot beëindiging van de overtreding, niet meer en niet minder. Door het verzegelen van de installatie wordt de overtreding niet beëindigd. Het verzegelen van de installatie vanwege de vrees dat deze installatie elders zal worden gebruikt, acht de voorzieningenrechter een oneigenlijk gebruik van de in artikel 5:28 van de Awb geboden bevoegdheid. Bovendien is verweerder feitelijk niet eens bevoegd om op te treden tegen een verplaatsing van de installatie buiten de gemeentegrenzen. Het had dan eerder op de weg van verweerder gelegen om de installatie mee te voeren en op te slaan. Dat heeft verweerder echter niet gedaan. door het verzegelen van stal 1b de normale vergunde bedrijfsvoering van stal 1b wordt belemmerd. Volgt schorsing van het bestreden besluit. Verweerder wordt opgedragen de verzegeling voor eigen rekening op te heffen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken