Rb. Oost-Brabant 22 juli 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:4429
Renteswap. Aansprakelijkheid bank voor schenden zorgplicht jegens cliënt-onderneming door niet tijdig te waarschuwen voor de gevolgen van het ontstaan van een 'open positie' bij een uitgestelde renteswap. Eiseres (onderneming) vroeg bij haar bank, met wie zij al 30 jaar een bankrelatie had, naar de mogelijkheid van financiering van haar bouwplannen tegen een vaste rente. De bank heeft eiseres hierover advies uitgebracht en uit hoofde daarvan rustte op de bank een op de redelijkheid en billijkheid gebaseerde zorgplicht, mede gelet op de maatschappelijke functie en deskundigheid van de bank. De bank heeft een renteswap met uitgestelde ingangsdatum geadviseerd. Bij het aangaan van de renteswap heeft de bank eiseres voldoende voorgelicht. Toen twee maanden voor de ingangsdatum van de renteswap nog altijd geen sprake bleek van concrete bouwplannen, had de bank eiseres moeten waarschuwen voor de mogelijke gevolgen van het ontstaan van een ‘open positie’ (een renteswap zonder onderliggende financiering). Toen de bank negen maanden na de ingangsdatum van de renteswap van eiseres hoorde dat de bouwplannen voorlopig niet door zouden gaan, had de bank (opnieuw) moeten waarschuwen, evenals zes maanden nadien toen de bouwplannen nog meer naar de achtergrond verdwenen. Door die waarschuwingen niet te doen, heeft de bank haar zorgplicht geschonden. Had de bank zorgvuldig gehandeld, dan acht de rechtbank aannemelijk dat eiseres omstreeks 1 juli 2009 de renteswap zou hebben beëindigd. De bank wordt aansprakelijk geacht voor 75% van de nadien ontstane schade, rekening houdend met 25% eigen schuld aan de zijde van eiseres.
De uitspraak op rechtspraak.nl