Rb. Oost-Brabant 17 juli 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:4036
De advocaten mr. H.M.S. Cremers en mr. J.J. Serrarens hebben namens 58 gedetineerden (29 per persoon) uit verschillende penitentiaire inrichtingen een kort geding gevoerd tegen de Staat der Nederlanden over het gewijzigde regime dat in alle inrichtingen op 1 maart 2014 is ingevoerd. Verweerder heeft voor deze procedure (uiteindelijk) één toevoeging per advocaat verstrekt. Hij stelt dat het kort geding was gericht op het ongedaan maken van de wijzigingen, zodat sprake is van één rechtsbelang. Voorts is er niet voldaan aan beide vereisten voor het aannemen van een diversiteit aan procedures zoals genoemd in het Handboek Toevoegen. Volgens eisers is sprake van meerdere rechtsbelangen en, evident, van samenhangende procedures. De rechtbank volgt eisers in hun stelling dat in de Wet op de rechtsbijstand in de onderhavige situatie geen grondslag kan worden gevonden voor het afgeven van slechts twee toevoegingen. In de procedure zijn voor iedere gedetineerde hem- of haarzelf betreffende feiten en gronden ten grondslag gelegd. De onderlinge verschillen hadden voor verweerder aanleiding moeten zijn om voor ieder een zelfstandig rechtsbelang aan te nemen. De uitspraken van de Afdeling waar verweerder naar heeft verwezen kunnen hier niets aan af doen, gelet op het feit dat in de onderhavige zaken geen sprake is van enige verknochtheid op basis van een familie- of samenlevingsverband.
De uitspraak op rechtspraak.nl