Rb. Oost-Brabant 10 juli 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:3913

Spoed bestuursdwang. Nieuwe overtreder in bezwaarfase. Ongewoon voorval Verweerder heeft aan eiseres een last onder bestuursdwang opgelegd en daarin bepaald dat zij er zorg voor dient te dragen dat het taludbassin aan adres op vrijdag 12 september 2014 geledigd dient te zijn. Bij besluit van 17 oktober 2014 heeft verweerder met toepassing van artikel 5:25 van de Awb de kosten van de bestuursdwang bij eiseres in rekening gebracht. Bij besluit van 31 maart 2015 (het eerste bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de last onder bestuursdwang ongegrond verklaard, waarbij tevens is bepaald dat de kring van overtreders is uitgebreid met eiser als natuurlijk persoon. Op 7 april 2015 (het tweede bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de kostenverhaalsbeschikking ongegrond verklaard en besloten eiser als overtreder aan te schrijven in het tweede bestreden besluit. Gelet op de constatering dat vloeistof afkomstig uit het bassin op de bodem tussen het talud en de houtwal terecht was gekomen en, gelet op de geconstateerde voortdurende vloeistofstroom, is de rechtbank van oordeel dat er sprake was van een ongewoon voorval. Eisers hebben ter zitting ook aangegeven dat het niet de bedoeling is dat water van het bassin op het naastgelegen perceel komt, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet tot de normale bedrijfsactiviteiten van eiseres behoort. De rechtbank kwalificeert de in deze zaak opgelegde last onder bestuursdwang als een besluit in de zin van artikel 5:24 van de Awb: er wordt een last opgelegd met een daaraan verbonden begunstigingstermijn. De rechtbank acht voorstelbaar dat in de bezwaarfase een dergelijke last onder bestuursdwang wordt gericht aan overtreders, die niet zijn genoemd in het primaire besluit zolang deze overtreders in de gelegenheid zijn gesteld om te worden gehoord, de last inhoudelijk niet wordt gewijzigd en nog niet ten uitvoer is gelegd. Dat is hier echter niet het geval. Eiser is eerst als overtreder aangemerkt ten tijde van het eerste bestreden besluit, toen de bestuursdwang reeds door verweerder ten uitvoer was gelegd. Eiser was daardoor niet in de gelegenheid de last zelf te laten uitvoeren en was er evenmin van op de hoogte dat op hem persoonlijk de kosten zouden worden verhaald. Dit acht de rechtbank in strijd met artikel 7:11 van de Awb en de hieruit voortvloeiende grenzen aan een volledige heroverweging. Overigens is de rechtbank van oordeel dat verweerder eiseres terecht als overtreder heeft aangemerkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken