Rb. Oost-Brabant 8 juni 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:3352
Het geschil gaat over een verzoek om intrekking van een in 2003 opgelegde last onder dwangsom. Ter zitting is vastgesteld en tussen partijen is verder ook niet in geding dat de (inmiddels overleden) persoon aan wie de last onder dwangsom was gericht, geen dwangsommen heeft verbeurd. Eiseres kan geen dwangsommen verbeuren omdat zij niet de in de last onder dwangsom aangewezen overtreder is en deze last niet tot haar is gericht. Eiseres had daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke behandeling van het bezwaarschrift. Bovendien valt zij niet als belanghebbende aan te merken en bestond reeds daarom niet de mogelijkheid om een verzoek om intrekking van de betreffende last onder dwangsom in te dienen. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bezwaarschrift van eiseres wordt niet ontvankelijk verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl