Rb. Oost-Brabant 4 juni 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:3338
Presidentsrekesten. Inroepen huurbeding. Anders dan in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg van 15 april 2015 (ECLI:NL:RBLIM:2015:3202) doet zich in casu de situatie als omschreven in artikel 3:264, lid 1, onder c BW niet voor. Hypotheekgever heeft ter zitting wel uitdrukkelijk betwist dat zich in de woning huurders bevinden, maar daarmee staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter, anders dan in de zaak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg van 15 april 2015, waar vast stond dat het onderpand leeg stond en dat de woning met medewerking van de eigenaar de woning onbewoond zou worden opgeleverd, niet in voldoende mate vast dat het onderpand niet wordt verhuurd. De enkele verklaring van hypotheekgeefsterdat zich geen huurders in de woning bevinden, is daarvoor onvoldoende.
De uitspraak op rechtspraak.nl