Rb. Oost-Brabant 30 maart 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:1955

Bewindvoerder verzoekt namens man wijziging kinderalimentatie met terugwerkende kracht. Verzoekschrift in eerste instantie namens de man ingediend, terwijl hij onder bewind staat. Advocaat meldt rechtbank dat zij optreedt namens de bewindvoerder. Ter zitting afgesproken dat het verzoek geacht wordt te zijn gedaan door de bewindvoerder en niet door de man. Bewindvoerder is procespartij. Bij beschikking van 24 augustus 2010 is de ontkenning van het vaderschap van de man van één van de uit het huwelijk geboren kinderen gegrond verklaard. De bewindvoerder verzoekt bij verzoekschrift van 1 december 2014 met terugwerkende kracht tot 24 augustus 2010 nihilstelling van de door de man voor dit kind betaalde kinderalimentatie. Rechtbank wijst op artikel 1:202 lid 2 BW, waarin is bepaald dat door de gegrondverklaring van een ontkenning van het vaderschap geen vordering ontstaat tot teruggave van de kosten van verzorging en opvoeding van dat kind. De bewindvoerder verzoekt wijziging van de door de man te betalen kinderalimentatie met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2013, zijnde de datum waarop de man voor het laatst heeft betaald. Bewindvoerder stelt dat bij de man sprake is van sinds 2011 gewijzigde omstandigheden, waardoor betalingsnood en schulden zijn ontstaan. Er zijn geen stukken overgelegd waarmee deze stelling van de bewindvoerder wordt onderbouwd. Ten aanzien van de financiële situatie van de man zijn – onder meer – bankafschriften overgelegd vanaf juni 2013, zonder een nadere toelichting daarop. Rechtbank is van oordeel dat zij niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de vraag of de man met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2013 al dan niet voldoende draagkracht had om de op hem rustende onderhoudsverplichting te kunnen voldoen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen