Rb. Oost-Brabant 19 januari 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:171
Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden. Nadere uitwerking subsidieverplichting in subsidieovereenkomst. Zorgplicht. De rechtbank is van oordeel dat de in artikel 5, tweede lid, van de subsidieovereenkomst opgenomen zorgplicht van eiser een niet ontoelaatbare uitwerking vormt van de in het verleningsbesluit opgenomen verplichting om mee te werken aan een andere passende bestemming en geen bouwwerken op te richten op de glastuinbouwkavel. In het verleningsbesluit is ook bepaald dat ter verzekering hiervan de subsidieovereenkomst moet worden gesloten, hetgeen eiser ook heeft gedaan. De in die overeenkomst in artikel 5, tweede lid, opgenomen zorgplicht van eiser was voor eiser aldus voldoende kenbaar. In hetgeen eiser heeft aangevoerd bestaat geen grond voor de conclusie dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aan die zorgplicht heeft voldaan. Hoewel aan eiser kan worden toegegeven dat die zorgplicht niet noodzakelijkerwijs het opleggen van een kettingbeding aan een rechtsopvolger behelst, moet worden geoordeeld dat eiser evenmin op een andere wijze ervoor heeft gezorgd dat (-) geen kassen op het terrein van eiser mocht bouwen. Verweerder heeft daarbij van belang kunnen achten dat (-) de door eiser gestelde mondelinge overeenkomst tussen hem en (-) ter zake heeft betwist en dat bij de akte van levering van de gronden bij de notaris beperkingen ten aanzien van die gronden niet zijn besproken. De omstandigheid dat eiser (-) ervan op de hoogte zou hebben gesteld dat (-) geen kassen op het terrein van eiser mocht bouwen dan wel dat (-) daarvan zelf ook al op de hoogte zou zijn geweest, is, wat daar ook van zij, op zichzelf genomen onvoldoende voor het oordeel dat eiser heeft voldaan aan meergenoemde zorgplicht.
De uitspraak op rechtspraak.nl