Rb. Oost-Brabant 9 januari 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:101
Beslissing rechter-commissaris in strafzaken ten aanzien van op grond van art. 126nd/ud Sv. en 81 AWR uitgeleverde stukken, waaronder geheimhouder stukken. Ten aanzien van de stukken, waarvan door de geheimhouderofficier van justitie en/of geheimhouder medewerkers van de FIOD is vastgesteld dat het geheimhouder stukken zijn, zullen alle geheimhouders worden aangeschreven/gemaild (voor zover het Nederlandse advocaten en notarissen betreft; met een kopie van dat schrijven/mail aan de Deken van de Nederlandse Orde van Advocaten in het betreffende arrondissement, respectievelijk de Ringvoorzitter). De geheimhouders zullen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over hun verschoningsrecht ter zake.
De uitspraak op rechtspraak.nl