Rb. Oost-Brabant 3 maart 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:944
Het is niet mogelijk om op bezwaarschriften, die namens verschillende belastingplichtigen zijn ingediend, bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar te beslissen. Dat de gemachtigde van eisers, in strijd met het bepaalde in artikel 24a, eerste lid, van de AWR, met één bezwaarschrift namens meerdere eisers bij verweerder bezwaar heeft gemaakt, doet daaraan niet af. In zoverre lijden de in één geschrift neergelegde uitspraken op bezwaar dan ook aan een formeel gebrek. De rechtbank is evenwel van oordeel dat eisers door voormeld – door de rechtbank geconstateerd – gebrek niet in hun belangen zijn geschaad. Zij ziet dit oordeel bevestigd door wat de gemachtigde van eisers daaromtrent ter zitting, desgevraagd, heeft verklaard. Gelet daarop zal de rechtbank het gebrek, met toepassing van artikel 6:22 van de Awb zoals dat luidt met ingang van 1 januari 2013, passeren. Dat betekent dat zij daaraan geen rechtsgevolgen zal verbinden. De rechtbank oordeelt verder dat het verlenen van een op aanvraag verstrekte persoonsgebonden gedoogbeschikking voor het permanent bewonen van hun recreatieverblijf in overwegende mate verband houdt met het individuele belang van eisers. Er is daarom sprake van een in overheersende mate ten behoeve van het individuele belang van belanghebbenden verstrekte dienst in de zin van artikel 229, eerste lid, letter b, van de Gemeentewet, zodat verweerder bevoegd was om op grond van artikel 44 van de Legesverordening leges te heffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl