Rb. Oost-Brabant 29 december 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:8050

m.e.r.-beoordeling. Depositiebank Verweerder heeft een omgevingsvergunning verleend en hiervoor beoordeeld of een milieueffectrapport moest worden opgesteld. Het m.e.r-beoordelingsbesluit is gebaseerd op de veronderstelling dat de toename van ammoniakemissie als gevolg van de aangevraagde wijziging zou kunnen worden gesaldeerd door middel van de provinciale depositiebank. Uit de uitspraken van de Raad van State op 13 november 2013 en 7 mei 2014 volgt dat deze veronderstelling onjuist is. De rechtbank is van oordeel dat de uitkomst van een m.e.r.-beoordeling niet kan afhangen van de uitkomst van een mogelijke uitkomst van de besluitvorming op een aanvraag om een Nbw 1998-vergunning. Daargelaten dat in dit geval gedeputeerde staten bevoegd zijn te beslissen omtrent verlening van deze apart aangevraagde vergunning, dient verweerder een eigen m.e.r-beoordelingsbesluit te nemen. De rechtbank ziet hierin reden om de omgevingsvergunning te vernietigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken