Rb. Oost-Brabant 9 december 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:7494
Vrijspraak voor poging tot verleiding (art. 248a Sr). Bewezen verklaard is poging tot grooming (art. 248e Sr). De rechtbank is echter van oordeel dat dit strafbare handelen niet strafbaar is zodat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. De wetgever heeft grooming strafbaar willen stellen vanaf het moment dat het zich concretiseert tot een voorstel voor een ontmoeting met het kind gevolgd door "material acts leading to a meeting". Hiervan is geen sprake. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in de vordering.
De uitspraak op rechtspraak.nl