Rb. Oost-Brabant 1 oktober 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:5615

Drank en Horecawet. Weigeringsgronden. Overlast. Strijd met bestemmingsplan. Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet. Art. 8:69a van de Awb. Relativiteitsvereiste. Toiletgelegenheid. Onmiddellijk nabijheid. De beoordeling of sprake is van overlast is geen weigeringsgrond op grond van de Dhw, zodat het betoog van eisers in zoverre geen doel treft. Het standpunt van eisers dat de weigeringsgrond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dhw zich hier voordoet, omdat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het in artikel 21 van de Dhw gestelde verbod (om bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken, indien redelijkerwijs moet worden vermoed, dat dit tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid zal leiden) zal worden overtreden en aldus overlast als onderdeel van de openbare orde een rol in onderhavige beoordeling moet spelen, onderschrijft de rechtbank niet. Overlast als hier aan de orde kan niet op één lijn worden gesteld met verstoring van de openbare orde als bedoeld in artikel 21 van de Dhw. Voor zover eisers menen dat strijdigheid bestaat met het bestemmingsplan, moet worden geoordeeld dat dit evenmin een weigeringsgrond is als bedoeld in artikel 27 van de Dhw, zodat het betoog ook in zoverre geen doel treft. De rechtbank is van oordeel dat artikel 7 van het Besluit eisen inrichtingen (in de onmiddellijke nabijheid van een horecalokaliteit moet een toiletgelegenheid aanwezig zijn) strekt tot bescherming van de (sociale-hygiëne van) bezoekers van de horeca-inrichting. Deze bepaling strekt niet tot bescherming van belangen van omwonenden van de horeca-inrichting. Eisers zijn geen bezoekers van de horeca-inrichting, maar omwonenden. Om die reden strekt de bepaling kennelijk niet tot bescherming van de belangen van eisers.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken